Rhenense Raaf #24 – Wonen en verkeer: wie durft echt te kiezen?
Woningbouw en mobiliteit: wie heeft het écht doordacht – en wie niet?
Iedere partij wil bouwen. Voor starters, gezinnen en senioren. Maar honderden nieuwe woningen betekenen ook duizenden extra verkeersbewegingen. Hoe houd je Rhenen bereikbaar als je tegelijk fors verdicht?
In deze derde aflevering van de Rhenense Meetlat leg ik de programma’s langs de meetlat op woningbouw en mobiliteit.

Wat valt op?
De kopgroep maakt fundamentele keuzes in een krappe ruimte. De VVD kiest voor harde aantallen en behoud van parkeerruimte. D66 verlaagt juist de parkeernormen om bouwen fysiek mogelijk te maken. Het CDA bouwt compacter rond bestaande kernen, zodat voorzieningen bereikbaar blijven. De ChristenUnie hanteert het STOMP-principe: eerst lopen en fietsen, dan pas de auto.
Onderaan de meetlat lopen plannen vast op ruimtelijke of juridische realiteit. Zo klinkt de eis om pas te bouwen als de infrastructuur al klaar is daadkrachtig, maar in de praktijk worden nieuwe wegen vaak betaald uit de opbrengst van de woningbouw zelf. Zonder bouw geen weg – zonder weg geen bouw.
Andere partijen willen tegelijk fors verdichten én maximale parkeernormen handhaven, of koppelen lokale woningbouw aan miljardenprojecten van Rijk of provincie. Dat wringt met de fysieke en financiële werkelijkheid.
In Rhenen dwingt woningbouw tot keuzes. Je kunt niet én zwaar verdichten, én alle auto’s voor de deur houden, én geen lasten verhogen. Partijen die die spanning expliciet erkennen, scoren hoger dan partijen die alle wensen tegelijk proberen waar te maken.
De volledige analyse – inclusief de ruimtelijke en financiële realiteitscheck per partij en de scoringsverantwoording – is beschikbaar voor steunleden en versterkers. Zij hebben daarnaast toegang tot het volledige verkiezingsdossier.
Tot de volgende,
Marc
Dankzij bijdragen van lezers kunnen we deze verkiezingsanalyses maken.